uitgebreid zoeken

 dinsdag, 21 februari 2017

TAALB(L)AD
e-zine
woordleer
zinsbouw
  Woordvolgorde   Hoofdzin + ....   Relatieve zinnen   Met infinitief   Het perfectum   Het passief   Er   De Negatie   Vragen stellen   Separabel verbum   Reflexief verbum   Taalknoop   Expressies   Positiewerkwoorden woordspel
links
luisteren
Start Beeldverhaal

minitest
flyers & affiches

vzw de Rand
Taaluniecentrum NVT

TAALBLAD.BE op Facebook

 
RSS feed
 Taalblad Google Gadgets
 Creative Commons-Licentie
Ga naar oefening

De Negatie

een, veel, enkele <> geen
Ik heb een TV. <>Ik heb geen TV.
Ik wil koffie.<> Ik wil geen koffie.
Ik heb veel geld. <>Ik heb geen geld.
Ik heb enkele vragen. <>Ik heb geen vragen.
voorbeelden in context

wel <> niet
Ik kijk wel naar TV. Ik kijk niet naar TV.
Ik ga naar school vandaag. Ik ga niet naar school vandaag.
voorbeelden in context

soms, ooit, vaak, altijd <> nooit
Ik vergeet soms mijn sleutels.<> Ik vergeet nooit mijn sleutels.
Ik neem altijd de trein. <> Ik neem nooit de trein.
Ik woonde ooit in Brazilië. <> Ik woonde nooit in Brazilië.
voorbeelden in context

iets, alles <> niets
Ik heb iets gezien. <> Ik heb niets gezien.
Ik vergeet alles. <> ik vergeet niets.
voorbeelden in context

iemand, iedereen <> niemand
Iemand moet me helpen. <> Niemand moet me helpen.
Iedereen weet hoe oud hij is. <> Niemand weet hoe oud hij is.
voorbeelden in context

ergens, overal <> nergens
Hij is overal welkom. <> Hij is nergens welkom.
Ik heb hem ergens gezien. <> Ik heb hem nergens gezien.
voorbeelden in context

al <> nog niet
Ik heb de afwas al gedaan. <> Ik heb de afwas nog niet gedaan.
Ik heb de film al gezien. <> Ik heb de film nog niet gezien.
voorbeelden in context

al <> nog geen
Ik heb al twee kinderen. <> Ik heb nog geen kinderen.
Ik heb al twee boten gezien. <> Ik heb nog geen boten gezien.
voorbeelden in context

al <> nog nooit
Ik ben al twee keer in Afrika geweest. <> Ik ben nog nooit in Afrika geweest.
Ik heb al dikwijls gevlogen. <> Ik heb nog nooit gevlogen.
voorbeelden in context

nog <> niet meer
Hij slaapt nog. <> Hij slaapt niet meer.
Ik weet het nog goed. <> Ik weet het niet meer.
voorbeelden in context

nog <> geen meer
Er zitten nog koekjes in de doos. <> Er zitten geen koekjes meer in de doos.
Er zijn nog twee kaartjes voor het concert te koop. <> Er zijn geen ticketjes voor het concert meer.
voorbeelden in context
stuur door
Ga naar oefening

« vorige De Negatie volgende »
22-03-2007 Het passief
22-03-2007 Er
>>  22-03-2007 De Negatie
22-03-2007 Vragen stellen
22-03-2007 Separabel verbum

Echt waar?!

Met dit boek leer je dagelijkse woordenschat met ludieke nieuwsberichten, taalspelletjes, spreekwoorden...


Bestel rechtstreeks via e-mail, we leveren het boek thuis zonder kosten!

Lees meer

Boetiek

uitspraak_NederlandsOnze selectie van grammatica- en oefenboeken, leesboeken en ander materiaal om (thuis) Nederlands te oefenen.

Naar de boetiek

Instroom 2

uitspraak_Nederlands
Instroom 2 is een boek voor jongeren die Nederlands leren, met thema's die jonge mensen écht boeien.

Meer info en bestellen.

Zoeken - Disclaimer - Contact - Over Taalblad - Sitemap - Colofon