Hoe vorm je het diminutief of verkleinwoord van een substantief?

Meestal: substantief +-je

  • rok -> rokje
  • kast -> kastje

Opgepast: soms verdubbelt de klinker:

  • glas -> glaasje,
  • vat -> vaatje,
  • gat -> gaatje.

als substantief eindigt op -l, -n, -w of -r: +-tje

  • stoel -> stoeltje
  • been -> beentje
  • mouw -> mouwtje
  • computer -> computertje

als substantief met dubbele klinker eindigt op -m: +-pje

  • boom -> boompje
  • kraam -> kraampje

als substantief eindigt op een klinker: -a,e,i,o,u -> dubbele klinker+-tje. Eventueel accent verdwijnt.

  • auto -> autootje
  • café -> cafeetje

-y -> + -‘tje

  • baby -> baby’tje
  • pony-> pony’tje