De of het?

Is het “de” of “het” in volgende zinnen?

 appel is lekker.
Ik heb  begin van de film gemist.

Lees eerst de uitleg . Onderaan de pagina vind je de oplossing.

Oefen!

Gender

mannelijke en vrouwelijke substantieven → DE
onzijdige substantieven → HET

Zie ook: gender van het substantief

DE-woorden

Beroepen en personen

  • de boekhouder
  • de fietser

Vegetarische producten (fruit, groenten, planten en bomen)

  • de peer
  • de bloemkool
  • de cactus
  • de eik

Uitzondering: HET witlo(o)f . Drie stukken witloof op een wit bord

Bergen en rivieren

  • de Kilimanjaro, 
  • de Schelde
  • de Maas

Woorden die eindigen op –ing

  • de verdediging
  • de uitdaging

Woorden die eindigen op –heid, -nis, -st, -de, -te, -ij, -ie, -iek, -schap, -teit

  • de mensheid
  • de geschiedenis
  • de ontvangst
  • de vrede
  • de dikte
  • de bakkerij
  • de radiologie
  • de symboliek
  •  de wetenschap
  • de kwaliteit

Uitzonderingen: HET moederschap, HET vaderschap, HET ouderschap

Substantieven in het meervoud altijd “DE”

  • de tafel → de tafels
  • het bord →de borden

HET-woorden

Woorden met 2 lettergrepen die beginnen met be-, ge-, ver-, ont-

  • het begin
  • het gesprek
  • het verhaal
  • het ontbijt

Woorden die eindigen op –isme, -ment, -um

  • het Boeddhisme
  • het monument
  • het maximum

Verzamelnamen met ge…te

  • het gebergte
  • het gevogelte
  • het gevaarte

Talen, metalen, windrichtingen, sporten

  • het Nederlands
  • het goud
  • het Oosten
  • het voetbal

Substantieven die van een verbum afgeleid zijn

  • het leven
  • het praten

diminutieven altijd “HET”

  • het stoeltje
  • het verhaaltje
Oefen!