Gent ontdekken in het Nederlands

In de wereldberoemde reisgids Lonely Planet staat de Vlaamse stad Gent in de top 10 van “niet te missen reisbestemmingen in 2011”. “Het historische centrum biedt een van de meest indrukwekkende decors van Europa met waterlopen, torenspitsen en historische gebouwen”, schrijft de Lonely Planet. “Gent is Europa’s best bewaarde geheim”, staat ook in de reisgids. Ik reisde naar Gent om te onderzoeken of de lezers van taalblad.be tijdens een bezoek aan Gent ook wat Nederlands kunnen meepikken. Dat lees je tenslotte niet in de Lonely Planet.

Museumpas

De voorbereiding op de uitstap brengt mij al snel op het spoor van de museumpas. Met de museumpas heb je drie dagen lang toegang tot de belangrijkste musea en bezienswaardigheden. Je mag er ook de tijdelijke tentoonstellingen gratis mee bezoeken.

In de lijnwinkel van station Gent-Sint-Pieters verkoopt een meneer me met veel enthousiasme de museumpas. “Dan moet je je van niks nimeer oantrekken”, klinkt het in sappig Gents.

Broekzak

Inderdaad, ik moet daarna mijn portefeuille niet meer uit mijn broekzak halen. Bij de ingang van elk museum geef ik gewoon het boekje met tickets af en de deur gaat voor mij open. Je kan er ook drie dagen lang alle trams en bussen mee gebruiken.

Dat is nuttig om van het station naar het centrum te rijden. Daar ligt alles kort bij elkaar en kan je gemakkelijk te voet verder.

Geniale wegwijzers

Aangekomen in het centrum loop ik eerst langs bij het toeristische infopunt. Ik krijg er een gratis stadsplannetje en een toeristische brochure. Daarin staat hoe het slimme systeem van de toeristische bewegwijzering werkt: het centrum is opgedeeld in kwartieren en sites met daarop de bezienswaardigheden.

Achthonderd wegwijzers leiden je zonder problemen naar je bestemming en maken het stadsplan bijna overbodig.

Gruwelijke folterpraktijken

Het Gravensteen is mijn eerste stopplaats. Het is een middeleeuws kasteel, in het stadscentrum. Binnenin loop je door de prachtige zalen en krijg je een idee van hoe gruwelijk misdadigers in de middeleeuwen werden gefolterd en gestraft.

De marteltuigen kun je er allemaal bekijken, mét een beetje uitleg over hoe ze precies werken. Je vindt die tuigen nu nog terug in veel uitdrukkingen en gezegden in het Nederlands:

“De duimschroeven aandraaien”: betekent nu niet meer dat je iemand zijn vingers platschroeft tot hij een misdaad bekent, maar dat je iemand onder zware druk zet.

Ook de uitdrukkingen “iemand aan de schandpaal nagelen, “in de vergeetput belanden” en “iemand een dwangbuis aantrekken” worden – gelukkig maar – enkel nog figuurlijk gebruikt. 

Filmpjes

Tijdens je bezoek aan het Gravensteen krijg je een movieguide mee. Het is een apparaat met een klein scherm. Je ziet acteurs taferelen naspelen uit de tijd van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen van 1168 tot 1191.

Vraag de Nederlandstalige movieguide, dan wordt je bezoek een interessante luisteroefening, waarmee het Gravensteen echt tot leven komt.

Zwaard

Het Gravensteen heeft een gloednieuwe museumshop. Ik koop er een houten zwaard voor mijn zoontje van drie. In zijn oneindige fantasie verandert hij namelijk wel eens in een ridder. Dit zwaard zal hem goed van pas komen in zijn dappere jacht op de boze draken.

Koopmansgeest

Onderweg naar de volgende bestemming bewonder ik de huizen aan de waterkant van de Leie: de Gras- en de Korenlei. Dankzij wolhandel en de lakenproductie was Gent in de middeleeuwen een zeer rijke stad. Dat zie je aan de fraaie, perfect bewaarde gevels uit die tijd. Het waren toen de huizen van de koopmannen.

6 Cuberdons

Die koopmansgeest is trouwens nog niet helemaal uit de Gentenaren verdwenen. Dat ondervind ik als ik een zakje cuberdons of neuzen – kegelvormige snoepjes, een Gentse specialiteit – aan een rijdend snoepkraam koop.

Foto: Door DimiTalen – Eigen werk, CC BY-SA

Eén zakje kost 5 euro. Ik betaal met 3 stukken van 2 euro. Zonder overleg neemt de verkoper mijn zakje terug en schept er nog voor 1 euro bij, met de mededeling: ik heb geen wisselgeld, maar zo lossen wij dat hier op. Een niet helemaal correcte manier van handel drijven, maar ik ben te goedgezind om te protesteren.

Grootmoeders wijze

Ik trek naar het Huis van Alijn en daar vind je “het museum voor volkscultuur”. Voorwerpen, kostuums, decors, audio- en beeldmateriaal houden er de herinneringen aan een niet zo ver verleden levendig.

Het gaat over het dagelijkse leven in de jaren 20 tot en met de jaren 70. De wereld van onze ouders en grootouders dus. In mijn geval zelfs letterlijk: in de talenkamer, waar audiofragmenten de Zuid-Nederlandse dialecten laten horen, hoor ik plots mijn eigen -reeds overleden- grootmoeder. “Meter Elingen” vertelt er in haar dialect uit Elingen over het huwelijksfeest van mijn mama en haar broers, mijn nonkels.

Neem in dit bijzondere museum ook de tijd om een aantal fragmenten uit het radioarchief te beluisteren. De nieuwslezer uit de jaren 70 kondigt bijvoorbeeld de komst van een nieuwe machine aan: de computer. Hij weerlegt de geruchten dat die voor enorme werkloosheid zou zorgen, maar waarschuwt wel dat een computer tot vereenzaming kan leiden. Profetische woorden. “Een computer kan je alleen maar huren, want het is echt te duur om hem zelf te kopen”, zegt de nieuwslezer nog.

Spookje Hendrik

In de verschillende kamers en opstellingen van het Huis van Alijn zijn pancartes met wat meer uitleg te vinden in vier talen. Uiteraard kies je de Nederlandse versie. Je kan ook lezen wat spookje Hendrik te vertellen heeft. Hij leefde 100 jaar geleden en vertelt je hoe de mensen toen feest vierden, wat je in de snoepwinkel kon kopen, wat de mensen deden als ze ziek waren en hoe er met het getoonde speelgoed werd gespeeld. Hij spreekt heldere taal en stelt leuke vragen. De bordjes waarop spookje Hendrik zijn verhalen vertelt, zijn bedoeld voor kinderen. Je moet ze dus op kniehoogte gaan zoeken!

Tijd te kort

Mijn tijd is bijna op, dus ik beklim nog snel het Belfort en in Stadsmuseum Gent (STAM) leer ik nog een en ander over “het verhaal van Gent”. Ik neem de bus terug, maar mijn boekje met toegangstickets is nog helemaal niet leeg. Ik heb in de Sint-Baafskathedraal het meesterwerk De Aanbidding van het Lam Gods, met een reproductie van het gestolen paneel De Rechtvaardige Rechters niet meer kunnen bewonderen.

Ook voor een bezoek aan het Museum dr. Guislain en het Caermersklooster heb ik niet genoeg tijd.

Ik neem me voor om snel naar Gent terug te komen. Gent biedt echt een zeer rijk erfgoed, en de duidelijke documentatie en de slimme bewegwijzering maken het je wel erg makkelijk tijdens je bezoek.

Je kan er ook gewoon wat slenteren of een van de evenementen meepikken in Gent.

De historische gebouwen en de prachtige koopmanshuizen vertellen elk hun eigen verhaal. Dat doet je al snel dagdromen en het brengt je in de juiste stemming.

Aarzel dus niet om Europa’s best bewaarde geheim aan de Leie snel te gaan ontdekken.