Het huis -> De  zijn heel duur.
De wafel-> De  zijn heel lekker.

Oefen!

Lees eerst de uitleg. Helemaal onderaan staat de oplossing.

meervoud met -en

+en voor de meeste substantieven

de bank -> de banken
het boek -> de boeken
de bloem -> de bloemen
de stem -> de stemmen

-s wordt –zen

de buis -> de buizen
het huis -> de huizen

-f wordt –ven

de korf -> de korven

-heid wordt –heden

de grootheid -> de grootheden
de waarheid -> de waarheden

meervoud met -s

+s voor substantieven met meer dan 1 lettergreep die eindigen op -e, -el, -en, -er, -em, -ie

De wafel -> de wafels
De ladder -> de ladders
De keuken -> de keukens
De bezem -> de bezems

+s voor substantieven die eindigen op é, eau:

Het cadeau -> De cadeaus
Het café -> de cafés

+’s voor substantieven die eindigen op –a, -i, -o, -u, -y:

De paraplu -> De paraplu’s

+’s voor afkortingen, +’en als afkorting eindigt –s of -x:
tv -> tv’s

tv -> tv’s
GPS -> gps’en
bmx -> BMX’en

Het wordt dus:

Het huis -> De  zijn heel duur.
De wafel-> De  zijn heel lekker.

Oefen!