Ik heb niets gehoord.
Ik heb alles goed begrepen.

regelmatig

ge + stam + t als stam eindigt op t,k,f,s,ch,p
werken -> werk ->gewerkt
stappen -> stap -> gestapt
maken -> maak -> gemaakt
juichen -> juich -> gejuicht
voorbeelden in context

ge + stam + d als stam eindigt op andere medeklinker
bellen -> bel -> gebeld
horen -> hoor -> gehoord
voorbeelden in context

-v wordt f+d
geloofd
voorbeelden in context

-z wordt s+d
gereisd
voorbeelden in context

geen –ge als werkwoorden beginnen met ont-, be-, ge-,..
ontdekken -> ontdekt,
vervolledigen -> vervolledigd
voorbeelden in context

onregelmatig

onvoorspelbaar participium voor sterke werkwoorden
slapen -> geslapen
verliezen -> verloren
vallen -> gevallen
hebben -> gehad
zijn -> geweest

voorbeelden in context

Zinsbouw > Het perfectum> met hebben + participium

Zinsbouw > Het perfectum> met zijn + participium