‘allemaal’ betekent ‘alle…’ Het verwijst naar een woord dat je elders in de zin ziet. Je kan ‘allemaal’ gebruiken voor personen en voor dingen.

… is er.                                                
We zijn er …

Oefen!

 Iedereen 

‘iedereen’ gebruik je voor personen. Het betekent ‘alle mensen’. Wanneer je ‘iedereen’ gebruikt als subject, staat je persoonsvorm in het enkelvoud.

  • Alle studenten zijn geslaagd voor het examen. -> Iedereen is geslaagd voor het examen.
  • Door het slechte weer waren alle mensen te laat op het werk. ->Door het slechte weer was iedereen te laat op het werk.

Je kan ‘iedereen’ ook op een andere plaats in de zin gebruiken. Ook dan betekent het ‘alle mensen’.

  •  Er is genoeg voor iedereen.
  • Hij heeft iedereen in de zaal een hand gegeven.

 Allemaal 

Het woord ‘allemaal’ staat in principe direct achter het woord waarnaar het verwijst. 

  • Ik zet die oude spullen allemaal in de kelder. 
  • Heeft hij dat allemaal zelf gedaan?

Gisteren hebben de ministers allemaal lang vergaderd. 

Opgelet:

1. Wanneer ‘allemaal’ verwijst naar het subject van een gewone hoofdzin, staat het niet direct achter het subject maar wel direct achter de persoonsvorm.  

  • Jouw tekeningen zijn allemaal heel mooi.
  • De kinderen spelen allemaal op de speelplaats.

2. ‘Allemaal’ verwijst naar een woord dat je elders in de zin ziet. Een zin kan dus nooit beginnen met ‘allemaal’.  

Oefen!