Hij heeft … goed geholpen.
Hier staan … fietsen.

ONS gebruik je:
-als possessief pronomen (=bezittelijk voornaamwoord) als het substantief een het-woord is.

 Het tuinhuis -> Ons tuinhuis staat achter in de tuin.
 Het tafeltje -> Wat vind je van ons nieuwe tafeltje?

-als reflexief pronomen

 We hebben ons de hele dag verveeld.
 We moeten ons goed voorbereiden op het examen.

-als object

 Hij heeft ons goed geholpen
 Hij zal ons niet snel vergeten

ONZE gebruik je:
-als possessief pronomen als het substantief een de-woord is.

 De leraar -> Onze leraar was heel boos.
 De huisdieren -> Onze huisdieren worden goed verzorgd.